Art. 32 Verordening (EG) nr. 1239/95, Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar

Verordening (EG) nr. 1239/95

1. Wanneer het Bureau vaststelt dat het bezwaar niet aan het bepaalde in artikel 59, leden 1 en 3, van de basisverordening of artikel 31, lid 1, onder d), voldoet of dat onvoldoende duidelijk is tegen welke aanvraag het is gericht, verklaart het dit bezwaar niet-ontvankelijk, tenzij deze gebreken binnen een door het Bureau gestelde termijn worden verholpen.

2. Wanneer het Bureau vaststelt dat het bezwaar niet aan andere bepalingen van de basisverordening of de onderhavige verordening voldoet, verklaart het dit bezwaar niet-ontvankelijk, tenzij deze gebreken vóór het verstrijken van de bezwaartermijn worden verholpen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen