Art. 7 Verordening (EG) nr. 1164/94

Verordening (EG) nr. 1164/94

Hoogte van de bijstand 1. De door het Fonds verleende communautaire bijstand bedraagt 80 tot 85 % van de uitgaven van de overheid of van de daarmee gelijk te stellen uitgaven, met inbegrip van de uitgaven van lichamen waarvan de activiteit binnen een zodanig wettelijk of bestuursrechtelijk kader plaatsvindt dat die lichamen met overheidslichamen kunnen worden gelijkgesteld.

De effectieve hoogte van de bijstand wordt vastgesteld op grond van de aard van de te nemen maatregelen.

2. Wanneer de bijstand wordt toegekend voor een ontvanstengenererend project, bepaalt de Commissie, in nauw overleg met de begunstigde Lid-Staat, het uitgavenbedrag dat als grondslag dient voor de berekening van de bijstand uit het Fonds, rekening houdend met de bedoelde ontvangsten, indien het gaat om aanzienlijke netto-ontvangsten voor degenen die het project uitvoeren.

Onder ontvangstengenererend project wordt verstaan:

- een project betreffende infrastructuurvoorzieningen waarvan het gebruik kosten impliceert die rechtstreeks door de gebruikers worden gedragen;

- produktieve investeringen op milieugebied.

3. De begunstigde Lid-Staten kunnen voorstellen indienen voor voorbereidende studies en technische ondersteuningsmaatregelen.

4. Voorbereidende studies en technische ondersteuningsmaatregelen kunnen bij wijze van uitzondering voor 100 % worden gefinancierd, ook wanneer zij op initiatief van de Commissie worden ondernomen.

De totale uitgaven uit hoofde van dit lid mogen niet meer dan 0,5 % van het totale bedrag aan middelen van het Fonds belopen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen