Art. 10 Verordening (EG) nr. 1164/94

Verordening (EG) nr. 1164/94

Goedkeuring van projecten 1. De uit het Fonds te financieren projecten worden door de Commissie in overleg met de begunstigde Lid-Staat vastgesteld.

2. Een passend evenwicht tussen projecten op milieugebied en die voor vervoersinfrastructuur wordt in acht genomen. Daarbij wordt rekening gehouden met het bepaalde in artikel 130 S, lid 5, van het Verdrag.

3. Aanvragen voor bijstand voor projecten overeenkomstig artikel 3, lid 1, worden door de begunstigde Lid-Staat ingediend. De projecten, met inbegrip van de groepen verwante projecten, moeten van een toereikende omvang zijn om op het gebied van de milieubescherming of op dat van de verbetering van transeuropese vervoersinfrastructuurnetwerken een belangrijke uitwerking te hebben. In ieder geval mogen de totale kosten van een project of groep projecten in beginsel niet minder dan 10 miljoen ecu bedragen. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen onder deze drempel blijvende projecten of groepen projecten worden goedgekeurd.

4. De aanvragen moeten de volgende gegevens bevatten: de voor de uitvoering verantwoordelijke instantie; de aard en de beschrijving van de investering; de plaats van investering en de kosten ervan met inbegrip, in voorkomend geval, van de opgave van projecten van gemeenschappelijk belang op dezelfde verkeersas; het tijdschema voor de uitvoering van de werkzaamheden; de kosten/baten-analyse, met inbegrip van de directe en indirecte gevolgen voor de werkgelegenheid; de elementen die een beoordeling van eventuele milieu-effecten mogelijk maken; de elementen die betrekking hebben op overheidsopdrachten; het financieringsplan met, zo mogelijk, aanwijzingen over de economische levensvatbaarheid van het project en de totale door de Lid-Staat gevraagde middelen uit het Fonds en uit andere communautaire bronnen.

De aanvragen moeten ook alle informatie bevatten die dienstig is om het vereiste bewijs te leveren dat de projecten in overeenstemming zijn met deze verordening en beantwoorden aan de criteria van lid 5, met name inzake de sociaal-economische voordelen die ze, gelet op de vrijgemaakte middelen, op middellange termijn kunnen opleveren.

5. Om de kwaliteit van de projecten te waarborgen, worden de volgende criteria gehanteerd:

- de aan de projecten verbonden sociaal-economische voordelen op middellange termijn, die evenredig moeten zijn aan de omvang van de vrijgemaakte middelen; voor de evaluatie wordt uitgegaan van een kosten/baten-analyse;

- de door de begunstigde Lid-Staten vastgestelde prioriteiten;

- de bijdrage die de projecten kunnen leveren aan de uitvoering van het beleid van de Gemeenschap op milieugebied en inzake transeuropese netwerken;

- de verenigbaarheid van de projecten met het beleid van de Gemeenschap op de verschillende terreinen en de coherentie ervan met de andere structuurmaatregelen van de Gemeenschap;

- de inachtneming van een passend evenwicht tussen milieuprojecten en vervoersinfrastructuurprojecten.

6. Behoudens het bepaalde in artikel 6 en op voorwaarde dat de nodige vastleggingskredieten beschikbaar zijn, neemt de Commissie, voor zover aan de voorwaarden van het onderhavige artikel is voldaan, in de regel binnen drie maanden na de ontvangst van de aanvraag, een besluit over de verlening van bijstand uit het Fonds. In de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van projecten, projectstadia of groepen verwante projecten worden het bedrag van de financiële bijstand en een financieringsplan aangegeven, alsmede de voor de uitvoering van de projecten nodige voorschriften en voorwaarden.

7. De hoofdelementen van de beschikkingen van de Commissie worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen