Art. 2 Verordening (EG) nr. 1164/94
Werkingssfeer 1. Uit het Fonds wordt een financiële bijdrage verleend voor projecten die bijdragen tot de in het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde doelstellingen op het gebied van het milieu en van transeuropese netwerken in de sfeer van de vervoeringsinfrastructuur in Lid-Staten waarvan het bruto nationaal produkt (BNP) per hoofd van de bevolking minder dan 90 % van het gemiddelde voor de Gemeenschap, bepaald op basis van koopkrachtpariteit, bedraagt en die over een programma beschikken waardoor aan de voorwaarden inzake economische convergentie bedoeld in artikel 104 C van het Verdrag wordt voldaan.
2. Tot eind 1999 komen alleen de vier Lid-Staten die thans aan het in lid 1 genoemde BNP-criterium voldoen, voor bijstand uit het Fonds in aanmerking. Deze Lid-Staten zijn: Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal.
3. Ten aanzien van het in lid 1 bedoelde BNP-criterium geldt dat de in lid 2 genoemde Lid-Staten voor de bijstand uit het Fonds in aanmerking blijven komen op voorwaarde dat zij, na een tussenbalans in 1996, nog steeds een BNP per hoofd van de bevolking van minder dan 90 % van het communautaire gemiddelde hebben. Een voor bijstand in aanmerking komende Lid-Staat die op dat tijdstip een BNP van meer dan de bedoelde 90 % heeft, verliest zijn recht op bijstand uit het Fonds voor nieuwe projecten of, in het geval van omvangrijke projecten met verschillende, technisch en financieel autonome stadia, voor nieuwe projectstadia.