Art. 93 Verordening (EG) nr. 40/94, Internationale bevoegdheid
1. Onverminderd de bepalingen van deze verordening en van de krachtens artikel 90 toepasselijke bepalingen van het Bevoegdheids- en Executieverdrag, worden de procedures ingevolge de in artikel 92 bedoelde rechtsvorderingen aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de Lid-Staat waar de gedaagde zijn woonplaats heeft of, wanneer hij geen woonplaats heeft in een van de Lid-Staten, in de Lid-Staat waar hij een vestiging heeft.
2. Wanneer de gedaagde woonplaats noch vestiging heeft in een van de Lid-Staten, worden de procedures aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de Lid-Staat waar de eiser zijn woonplaats heeft, of, indien deze geen woonplaats heeft in een van de Lid-Staten, in de Lid-Staat waar hij een vestiging heeft.
3. Wanneer gedaagde noch eiser aldaar een woonplaats of vestiging heeft, worden de procedures aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de Lid-Staat waar het Bureau zijn zetel heeft.
4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3:
a) is artikel 17 van het Bevoegdheids- en Executieverdrag van toepassing indien de partijen overeenkomen dat een andere rechtbank voor het Gemeenschapsmerk bevoegd is;
b) is artikel 18 van dat Verdrag van toepassing indien de gedaagde voor een andere rechtbank voor het Gemeenschapsmerk verschijnt.
5. Met uitzondering van rechtsvorderingen tot verkrijging van een verklaring van niet-inbreuk op een Gemeenschapsmerk kunnen de procedures ingevolge de in artikel 92 bedoelde rechtsvorderingen ook worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de Lid-Staat waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden, of waar een onder artikel 9, lid 3, tweede zin, vallende handeling is verricht.