Art. 90 Verordening (EG) nr. 40/94, Toepassing van het Bevoegdheids- en Executieverdrag
1. Tenzij deze verordening anders bepaalt, is het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, zoals gewijzigd bij de Verdragen houdende toetreding tot dat Verdrag van de tot de Europese Gemeenschappen toetredende landen, welk geheel van dat Verdrag en van deze Toetredingsverdragen hierna wordt aangeduid als "Bevoegdheids- en Executieverdrag", van toepassing op de procedures betreffende Gemeenschapsmerken en aanvragen om Gemeenschapsmerken, alsmede op de procedures betreffende gelijktijdige en opeenvolgende vorderingen die worden ingesteld op grond van Gemeenschapsmerken en nationale merken.
2. Met betrekking tot procedures die het gevolg zijn van de in artikel 92 bedoelde rechtsvorderingen:
a) zijn artikel 2, artikel 4, artikel 5, leden 1, 3, 4 en 5, en artikel 24 van het Bevoegdheids- en Executieverdrag niet van toepassing;
b) zijn de artikelen 17 en 18 van dat Verdrag van toepassing binnen de grenzen van artikel 93, lid 4, van deze verordening;
c) zijn de bepalingen van Titel II van dat Verdrag die gelden voor personen met woonplaats in een Lid-Staat ook van toepassing op personen die geen woonplaats maar een vestiging in een Lid-Staat hebben.