Art. 6 Richtlijn 94/22/EG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat de in artikel 5, punt 2, bedoelde voorwaarden en eisen en de aan het gebruik van een specifieke vergunning verbonden gedetailleerde verplichtingen uitsluitend hun rechtvaardiging vinden in de noodzaak de werkzaamheden in het gebied waarvoor een vergunning is aangevraagd goed te laten verlopen, in de toepassing van lid 2 of in de betaling van een tegenwaarde in geld of in de vorm van koolwaterstoffen.
2. Voor zover gerechtvaardigd door de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de vervoersveiligheid, de milieubescherming, de bescherming van biologische hulpbronnen en van nationaal bezit met een artistieke, historische of archeologische waarde, de veiligheid van installaties en van werkers, en een planmatig beheer van koolwaterstofvoorkomens (bij voorbeeld het tempo waarin koolwaterstoffen worden ontgonnen of een optimale winning) of de noodzaak om belastinginkomsten veilig te stellen, mogen Lid-Staten voorwaarden en eisen verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2, lid 1, genoemde activiteiten.
3. De voorschriften inzake de in lid 1 genoemde betalingen, met inbegrip van eventuele eisen inzake staatsdeelneming, worden door de Lid-Staten zodanig vastgesteld dat het onafhankelijke beheer van de subjecten gehandhaafd blijft.
Indien de verlening van vergunningen echter afhankelijk is van staatsdeelneming in de betrokken activiteiten en een rechtspersoon is belast met het beheer van deze deelneming of indien de Staat zelf de deelneming beheert, zal noch de rechtspersoon nocht de Staat ervan worden weerhouden de rechten en verplichtingen die met een dergelijke deelneming samenhangen op zich te nemen, in overeenstemming met de grootte van de deelneming, mits de rechtspersoon of de Staat geen informatie bezit over of zijn stem uitbrengt bij besluiten betreffende de aankoopbronnen van subjecten, dat de rechtspersoon of de Staat samen met een openbaar subject of openbare subjecten geen meerderheidsstem heeft bij andere besluiten en mits de Staat of de rechtspersoon uitsluitend op grond van transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen zijn stem uitbrengt en niet belet dat de beheersbesluiten van het subject gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen.
De vorige alinea staat er evenwel niet aan in de weg dat de rechtspersoon of de Staat zich verzet tegen een besluit van de vergunninghouder dat niet voldoet aan de in de vergunning vermelde voorwaarden en eisen in verband met het voorraadverminderingsbeleid en de bescherming van de financiële belangen van de Staat.
Van de mogelijkheid om zich tegen een besluit te verzetten zal, inzonderheid met betrekking tot besluiten betreffende de investeringen of de aankoopbronnen van subjecten, op niet-discriminerende wijze gebruik worden gemaakt. Indien de staatsdeelneming in de activiteiten beheerd wordt door een rechtspersoon die tevens de vergunninghouder is, moet de Lid-Staat de nodige voorzieningen treffen om ervoor te zorgen dat de rechtspersoon aparte boekhoudingen voert voor zijn commerciële functie enerzijds en voor zijn taak als beheerder van de staatsdeelneming anderzijds, en om te garanderen dat er geen informatie van het gedeelte van de rechtspersoon dat verantwoordelijk is voor het beheer van de staatsdeelneming doorstroomt naar het gedeelte van de rechtspersoon dat zelf houder is van vergunningen. Wanneer echter het gedeelte van de rechtspersoon dat verantwoordelijk is voor het beheer van de staatsdeelneming het gedeelte van de rechtspersoon dat houder is van een vergunning als consultant in dienst neemt, mag het eerstgenoemde gedeelte alle informatie ter beschikking stellen die voor het werk als consultant nodig is. De vergunninghouders waarop die informatie betrekking heeft wordt van tevoren meegedeeld welke informatie aldus zal worden verstrekt en er wordt hun voldoende tijd gegeven om hun bezwaren kenbaar te maken.
4. De Lid-Staten zien erop toe dat de controle van de subjecten in het kader van een vergunning beperkt blijft tot hetgeen noodzakelijk is om de in lid 1 bedoelde voorwaarden, eisen en verplichtingen te doen naleven. Zij nemen met name de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat geen enkel subject via een wettelijke of bestuursrechtelijke regeling dan wel krachtens een overeenkomst of afspraak wordt verplicht informatie te verstrekken over toekomstige of reeds bestaande bronnen voor zijn aankopen, behalve indien de bevoegde instanties daarom verzoeken en dan uitsluitend met het oog op de doelstellingen bedoeld in artikel 36 van het Verdrag.