Art. 5 Richtlijn 94/22/EG
De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
1. de vergunningen worden verleend op basis van criteria die in elk geval betrekking hebben op:
a) de technische en financiële mogelijkheden van de subjecten, en
b) de manier waarop zij voornemens zijn de prospectie, de exploratie en/of het in produktie brengen van het betrokken geografisch gebied te verrichten,
en, indien van toepassing:
c) de prijs die een subject bereid is te betalen om de vergunning te verkrijgen, wanneer deze te koop wordt aangeboden,
d) andere relevante, objectieve en niet-discriminerende criteria, teneinde een keuze te kunnen maken uit twee of meer aanvragen die bij een beoordeling op grond van de criteria a), b) en, in voorkomend geval, c) gelijkwaardig zijn gebleken.
De bevoegde instanties kunnen bij de beoordeling van de aanvragen eveneens rekening houden met het gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan een subject bij activiteiten onder een eerdere vergunning blijk heeft gegeven.
Wanneer de bevoegde instanties de samenstelling bepalen van een subject waaraan zij mogelijk een vergunning zullen verlenen, doen zij dit op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.
Wanneer de bevoegde instanties bepalen welk bedrijf de feitelijke leiding heeft van het subject waaraan zij mogelijk een vergunning zullen verlenen, doen zij dit op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.
De criteria worden opgesteld en in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt voordat de termijn voor indiening van de aanvragen ingaat. Lid-Staten die de criteria al in hun eigen officiële publikatieblad hebben bekendgemaakt, kunnen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen volstaan met verwijzing naar de bekendmaking in hun publikatieblad. Alle wijzigingen worden echter in extenso in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd;
2. de voorwaarden en eisen inzake de uitoefening of beëindiging van de activiteit die voor elk type vergunning gelden uit hoofde van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die op het moment van de indiening van de aanvragen van kracht zijn, ongeacht of zij in de vergunning worden opgenomen of als voorwaarde voorafgaand aan het verlenen van de vergunning moeten worden aanvaard, worden vastgesteld en te allen tijde ter beschikking van de belangstellende subjecten gesteld. In het geval van artikel 3, lid 2, onder a), mogen die voorwaarden en eisen slechts ter beschikking worden gesteld vanaf de datum vanaf welke de aanvragen om een vergunning kunnen worden ingediend;
3. elke in de loop van de procedure in de voorwaarden en eisen aangebrachte wijziging aan alle betrokken subjecten wordt meegedeeld;
4. de in dit artikel genoemde criteria, voorwaarden en eisen op niet-discriminerende wijze worden toegepast;
5. het subject waarvan de aanvraag om een vergunning niet is aanvaard, op eigen verzoek in kennis wordt gesteld van de redenen van dat besluit.