Art. 32 Verordening (EEG) nr. 2847/93

Verordening (EEG) nr. 2847/93

1. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van aanvoer of van overlading een overtreding van deze verordening constateren, treffen zij overeenkomstig artikel 31 passende maatregelen tegen de kapitein van het betrokken vaartuig, of tegen iedere andere voor de overtreding verantwoordelijke persoon.

2. Als de Lid-Staat van aanvoer of overlading niet de Lid-Staat van de vlag is en de bevoegde autoriteiten van eerstgenoemde Lid-Staat passende maatregelen overeenkomstig hun nationale wetgeving, daaronder begrepen het inleiden van een administratieve of strafrechtelijke actie tegen de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen, achterwege laten, of niet overgaan tot overdracht van rechtsvervolging overeenkomstig artikel 31, lid 4, kunnen de illegaal aangevoerde of overgeladen hoeveelheden worden afgeboekt op het aan de eerstgenoemde Lid-Staat toegewezen quotum.

De op het quotum van deze Lid-Staat af te boeken hoeveelheden vis worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 36, na raadpleging van de twee betrokken Lid-Staten door de Commissie.

Als de Lid-Staat van aanvoer of overlading voor de betrokken vangsten geen quotum meer heeft, is het bepaalde in artikel 21, lid 4, mutatis mutandis van toepassing, waarbij het door de Lid-Staat van registratie geleden nadeel als bedoeld in laatstgenoemd artikel, geacht wordt gelijk te zijn aan de hoeveelheden vis die illegaal zijn aangevoerd of overgeladen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen