Art. 37 Verordening (EEG) nr. 2847/93
1. De Lid-Staten en de Commissie treffen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze verordening ontvangen gegevens vertrouwelijk worden behandeld.
2. De namen van natuurlijke of rechtspersonen worden niet aan de Commissie of aan een andere Lid-Staat meegedeeld, behalve in het geval dat een dergelijke mededeling uitdrukkelijk in deze verordening wordt voorgeschreven of indien zulks noodzakelijk is met het oog op het voorkomen of vervolgen van overtredingen of met het oog op de verificatie van kennelijke overtredingen.
De in lid 1 bedoelde gegevens worden niet doorgegeven, tenzij zij in een zodanige vorm met andere gegevens zijn samengevoegd dat het niet mogelijk is natuurlijke of rechtspersonen direct of indirect te identificeren.
3. De tussen de Lid-Staten en de Commissie uitgewisselde gegevens worden niet toegezonden aan andere personen dan de personen in de Lid-Staten of de communautaire Instellingen wier functie vereist dat zij toegang tot deze gegevens hebben, tenzij de Lid-Staten die de gegevens toezenden, hun uitdrukkelijke toestemming hebben gegeven.
4. De uit hoofde van deze verordening meegedeelde of verkregen informatie, in welke vorm dan ook, valt onder het beroepsgeheim en geniet dezelfde bescherming als die welke soortgelijke gegevens genieten op grond van de nationale wetgeving van de ontvangende Lid-Staat en de overeenkomstige bepalingen die van toepassing zijn op de communautaire Instellingen.
5. De in lid 1 bedoelde gegevens mogen niet voor een ander dan het in deze verordening bepaalde doel worden gebruikt, tenzij de autoriteiten die deze gegevens hebben verstrekt, hiervoor uitdrukkelijk toestemming geven, en op voorwaarde dat de bepalingen die van kracht zijn in de Lid-Staat van de ontvangende autoriteit, dit gebruik of deze mededeling niet verbieden.
6. De leden 1 tot en met 5 mogen niet worden opgevat als een belemmering voor het gebruik van de uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens in het kader van rechtshandelingen of procedures die nadien worden ingeleid wegens niet-naleving van de communautaire visserijwetgeving. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat die de gegevens heeft toegezonden, worden op de hoogte gesteld van alle instanties waar de genoemde gegevens voor deze doeleinden worden gebruikt.
Dit artikel laat de verplichtingen uit hoofde van de internationale verdragen aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet.
7. Wanneer een Lid-Staat de Commissie ervan in kennis stelt dat na de afsluiting van een onderzoek is vastgesteld dat een natuurlijke of rechtspersoon wiens naam uit hoofde van de bepalingen van deze verordening aan de Commissie is meegedeeld, niet bij een overtreding betrokken is geweest, stelt de Commissie onverwijld alle partijen waaraan zij de naam van deze persoon heeft meegedeeld, in kennis van de bevindingen van genoemd onderzoek of genoemde procedures. Deze persoon wordt niet langer behandeld als een persoon die op basis van de eerste kennisgeving betrokken zou zijn bij de onregelmatigheden in kwestie. Gegevens die in een zodanige vorm zijn opgeslagen dat de betrokken persoon kan worden geïdentificeerd, worden onverwijld vernietigd.
8. De bepalingen van de leden 1 tot en met 5 mogen niet worden opgevat als een verbod op de publikatie van algemene gegevens of studies die geen individuele verwijzingen naar natuurlijke of rechtspersonen bevatten.
9. De in deze verordening bedoelde gegevens worden opgeslagen in een zodanige vorm dat de betrokken personen alleen kunnen worden geïdentificeerd wanneer dit nodig is voor de verwezenlijking van de doelstellingen in kwestie.
10. De in het kader van deze verordening ontvangen gegevens worden op verzoek beschikbaar gesteld aan de betrokken natuurlijke of rechtspersonen.