Art. 848 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Als "terugkerende goederen" kunnen worden toegelaten:

- goederen waarvoor bij de aangifte voor het vrije verkeer wordt overlegd:

a) hetzij het exemplaar van de aangifte ten uitvoer dat de exporteur door de douaneautoriteiten is overhandigd of een door genoemde autoriteiten voor eensluidend afgetekende kopie van dit document,

b) hetzij het in artikel 850 bedoelde inlichtingenblad.

De onder a) en b) bedoelde documenten zijn niet vereist indien de douaneautoriteiten van het douanekantoor van wederinvoer op grond van bewijsstukken waarover zij beschikken of die zij van de belanghebbende kunnen verlangen in staat zijn vast te stellen dat de voor het vrije verkeer aangegeven goederen eerder uit het douanegebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd en dat zij op het tijdstip van uitvoer voldeden aan de voorwaarden om als terugkerende goederen te worden aangemerkt;

- goederen die zijn gedekt door een binnen de Gemeenschap afgegeven carnet ATA.

Deze goederen kunnen als terugkerende goederen worden aangemerkt onder de in artikel 185 van het Wetboek genoemde voorwaarden, zelfs na het verstrijken van de geldigheidsduur van het carnet ATA.

In ieder geval moeten de in artikel 299, lid 2, bedoelde formaliteiten worden vervuld.

2. Lid 1, eerste streepje, is niet van toepassing op het internationale verkeer van verpakkingsmiddelen, vervoermiddelen of bepaalde goederen welke zijn toegelaten tot een bijzondere douaneregeling indien autonome of conventionele bepalingen in die omstandigheden in het achterwege laten van douanedocumenten voorzien.

Zij zijn evenmin van toepassing in gevallen waarin goederen mondeling of door enige andere handeling kunnen worden aangegeven voor het vrije verkeer.

3. Wanneer zij dit noodzakelijk achten, kunnen de douaneautoriteiten van het douanekantoor van wederinvoer, met name met het oog op de identificatie van de goederen, van belanghebbende aanvullende bewijsstukken eisen.