Art. 844 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. In afwijking van artikel 185, lid 2, onder b), van het Wetboek worden van rechten bij invoer vrijgesteld:

- goederen waarvoor bij uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap douaneformaliteiten zijn vervuld ter verkrijging van in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingestelde restituties of andere bedragen bij uitvoer,

of

- goederen waarvoor een ander financieel voordeel dan deze restituties of andere bedragen is verleend in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met daaraan verbonden de verplichting deze goederen uit te voeren,

mits wordt aangetoond dat, naar gelang van het geval, hetzij deze restituties of andere betaalde bedragen zijn terugbetaald of de bevoegde diensten alle maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat zij worden betaald, hetzij de andere financiële voordelen zijn te niet gedaan en deze goederen

i) in het land van bestemming niet tot verbruik konden worden ingevoerd om redenen die verband houden met de in dat land geldende voorschriften;

ii) door de geadresseerde worden teruggezonden omdat zij gebreken vertonen of niet beantwoorden aan de bepalingen van het contract;

iii) in het douanegebied van de Gemeenschap worden wederingevoerd omdat zij door omstandigheden buiten de wil van de exporteur niet voor het beoogde doel konden worden gebruikt.

2. De volgende goederen bevinden zich in de in lid 1, onder iii), bedoelde situatie:

a) goederen welke naar het douanegebied van de Gemeenschap terugkeren als gevolg van vóór de aflevering aan de geadresseerde opgelopen schade, hetzij aan de goederen zelf, hetzij aan het vervoermiddel waarin of waarop zij zijn geladen;

b) goederen welke aanvankelijk zijn uitgevoerd om in het kader van een jaarbeurs of soortgelijke manifestatie te worden verbruikt of verkocht, doch aldaar niet verbruikt of verkocht zijn;

c) goederen welke niet aan de geadresseerde konden worden afgeleverd vanwege het feit dat deze fysiek of juridisch niet in staat was de overeenkomst na te komen die aan de uitvoer van de goederen ten grondslag lag;

d) goederen die als gevolg van natuurlijke, politieke of sociale gebeurtenissen niet aan de geadresseerde konden worden afgeleverd dan wel bij de geadresseerde zijn aangekomen na het verstrijken van de bindende leveringstermijnen vastgesteld in de overeenkomst die aan de uitvoer van de goederen ten grondslag lag;

e) onder de marktordening voor groenten en fruit vallende produkten welke als geconsigneerde goederen zijn uitgevoerd en niet op de markt van het derde land van bestemming zijn verkocht.

3. Goederen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn uitgevoerd onder geleide van een uitvoer- of een voorfixatiecertificaat komen slechts voor vrijstelling van rechten bij invoer in aanmerking indien wordt aangetoond dat de desbetreffende communautaire bepalingen zijn nageleefd.

4. De in lid 1 bedoelde goederen komen slechts voor vrijstelling in aanmerking indien zij in het douanegebied van de Gemeenschap voor het vrije verkeer worden aangegeven binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld.