Art. 842 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 182, lid 3, van het Wetboek dient de mededeling dat de goederen zullen worden vernietigd schriftelijk te worden gedaan en te worden ondertekend door belanghebbende. De mededeling dient tijdig te worden gedaan zodat de douaneautoriteiten op de vernietiging toezicht kunnen uitoefenen.
2. Wanneer voor de betreffende goederen reeds een aangifte is aanvaard door de douaneautoriteiten, maken deze melding van de vernietiging op de aangifte en stellen deze buiten werking overeenkomstig artikel 66 van het Wetboek.
De douaneautoriteiten die bij het vernietigen van de goederen aanwezig zijn, vermelden op de aangifte de soort en de hoeveelheid van de na vernietiging overblijvende resten en afvallen, ten einde de grondslagen van heffing vast te stellen die daarvoor zouden gelden wanneer daaraan een andere douanebestemming werd gegeven.
3. Lid 2, eerste alinea, is van overeenkomstige toepassing op goederen die worden afgestaan aan de Schatkist.