Art. 732 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Ten einde van de regeling tijdelijke invoer gebruik te kunnen maken op grond van artikel 724, lid 3, of artikel 725, lid 2, dient de exploitant of zijn vertegenwoordiger een aanvraag in bij het bevoegde douanekantoor van de Lid-Staat waar de onder de regeling te plaatsen laadborden of containers het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen.
2. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan in een door de douaneautoriteiten aanvaarde vorm en bevat:
a) naam, handelsnaam en adres van de exploitant of zijn vertegenwoordiger;
b) de verbintenis om de bepalingen in artikel 731, onder b), na te leven;
c) in het in artikel 724, lid 3, bedoelde geval: aantal en omschrijving van de laadborden.
3. De aanvraag kan een globale aanvraag zijn en betrekking hebben op verscheidene verrichtingen in het kader van de regeling tijdelijke invoer.
4. Er behoeft geen aanvraag te worden ingediend wanneer slechts eenmaal van de regeling tijdelijke invoer gebruikt wordt gemaakt. In plaats daarvan wordt de in artikel 736, lid 1, onder b), bedoelde lijst overgelegd.