Art. 733 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Het douanekantoor waar de aanvraag wordt ingediend beslist hierop en geeft in voorkomend geval een vergunning tijdelijke invoer af, hierna "vergunning" genoemd.
2. De vergunning wordt slechts verleend voor containers die bij wederuitvoer geïdentificeerd kunnen worden.
3. De vergunning wordt ondertekend door het bevoegde douanekantoor dat een afschrift ervan bewaart. Er wordt onder andere in vermeld op welke wijze de exploitant de in artikel 731, onder b), bedoelde gegevens dient te verstrekken.
4. De vergunning kan een globale vergunning zijn en betrekking hebben op verscheidene verrichtingen in het kader van de regeling tijdelijke invoer.
5. Voor één enkele verrichting in het kader van de regeling tijdelijke invoer geldt de aanvaarding door de douaneautoriteiten van de in artikel 736, lid 1, onder b), bedoelde lijst als vergunning.
c) De in artikel 140 van het Wetboek bedoelde termijnen