Art. 736 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. In afwijking van artikel 735, lid 1, wordt, wanneer het controlekantoor, op het tijdstip dat vervoermiddelen onder de regeling worden geplaatst of ter gelegenheid van een controle, van oordeel is dat er ernstig gevaar bestaat dat aan de verplichting tot wederuitvoer niet zal worden voldaan, de regeling tijdelijke invoer slechts toegestaan:
a) na indiening van een aangifte overeenkomstig artikel 205, lid 1, of van een document dat bij een in artikel 205, lid 3, bedoelde internationale overeenkomst is vastgesteld;
b) wanneer het containers betreft, na de in artikel 229, lid 1, bedoelde mondelinge aangifte en overlegging van een lijst, waarin worden vermeld:
i) de naam, handelsnaam en het adres van de exploitant of zijn vertegenwoordiger;
ii) hoe de containers geïdentificeerd kunnen worden;
iii) het aantal containers en de aard en de hoeveelheid van de normale reserveonderdelen, het toebehoren en de uitrusting.
2. In afwijking van artikel 735, lid 1, dienen voor het in artikel 729, lid 1, bedoelde materiaal dat gescheiden van de vervoermiddelen waarvoor het bestemd is wordt ingevoerd, de in lid 1, onder a), bedoelde formaliteiten te worden vervuld, onverminderd verdergaande vereenvoudigingsmaatregelen waarin in de geldende overeenkomsten wordt voorzien.
3. In afwijking van artikel 735, lid 2, wordt zekerheidstelling geëist wanneer het controlekantoor van oordeel is dat lid 1 van toepassing is en dat de betaling van een eventuele douaneschuld niet met zekerheid is gewaarborgd.