Art. 718 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer wordt toegestaan voor wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden.

2. In dit artikel wordt onder "voertuigen" verstaan alle wegvoertuigen met inbegrip van aanhangwagens die eraan kunnen worden gekoppeld.

3. Onverminderd lid 4 wordt het in lid 1 bedoelde gebruik van de regeling tijdelijke invoer slechts toegestaan indien de voertuigen:

a) worden ingevoerd door een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon of voor zijn rekening;

b) door deze persoon of voor zijn rekening voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt;

c) buiten het douanegebied van de Gemeenschap op naam van een buiten dat gebied gevestigde persoon zijn geregistreerd. Indien de voertuigen niet zijn ingeschreven wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld wanneer de voertuigen toebehoren aan een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon, en

d) uitsluitend worden gebruikt voor vervoer dat buiten het douanegebied van de Gemeenschap begint of eindigt.

4. Een aanhangwagen die aan een voertuig is gekoppeld dat in het douanegebied van de Gemeenschap is geregistreerd, kan onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst, zelfs indien niet aan de voorwaarden van lid 3, onder a) en b), wordt voldaan.

5. De in lid 1 bedoelde voertuigen mogen op de in lid 3 bedoelde voorwaarden in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven gedurende de tijd die nodig is om het doel te bereiken waarvoor de tijdelijke invoer werd aangevraagd, zoals het aanvoeren, het opnemen of afzetten van passagiers, het laden en lossen van goederen, vervoer en onderhoud.

6. Voor de toepassing van lid 3, onder a) en b), moeten personen die voor rekening van een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon handelen, door deze persoon zijn gemachtigd.

7. In afwijking van lid 3:

a) mogen voertuigen voor bedrijfsdoeleinden, op de in lid 6 bedoelde voorwaarden, worden bestuurd door natuurlijke personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd;

b) kunnen de douaneautoriteiten toestaan dat:

- een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon, in uitzonderlijke gevallen, wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden invoert met gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer en deze voor een beperkte, door de douaneautoriteiten voor elk afzonderlijk geval vast te stellen periode, gebruikt;

- een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon die in dienst is van een buiten dit gebied gevestigde persoon, voor bedrijfsdoeleinden een voertuig die deze laatste persoon toebehoort, invoert en gebruikt. Het onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste voertuig kan eveneens voor particuliere doeleinden worden gebruikt wanneer dit gebruik slechts van bijkomstige en incidentele aard is ten opzichte van het gebruik voor bedrijfsdoeleinden en in dit gebruik bij de arbeidsovereenkomst is voorzien;

c) mogen voertuigen voor bedrijfsdoeleinden in het interne verkeer worden gebruikt wanneer dit volgens de vervoerswetgeving, met name inzake de toegang tot de vervoersmarkt en het uitoefenen van vervoersactiviteiten, mogelijk is.

Uitspraken die dit artikel aanhalen