Art. 301 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Op verzoek van de houder van een overeenkomstig artikel 291 verleende vergunning stellen de douaneautoriteiten de plaats - hierna genoemd de operationele basis - vast waar de in bijlage 40, deel II, afdeling B, genoemde goederen onder door haar vast te stellen voorwaarden kunnen worden opgeslagen en elke behandeling kunnen ondergaan.

2. Onverminderd de bepalingen in artikel 298 is de overbrenging van de in lid 1 bedoelde goederen:

a) van de operationele basis naar een al dan niet binnen de territoriale wateren gelegen boor- of werkeiland en omgekeerd,

b) in voorkomend geval, van de operationele basis naar de plaats van inlading van de voor de eilanden bestemde produkten, alsmede van de plaats van lossing van de van de eilanden afkomstige produkten naar de operationele basis,

c) van de plaats van inlading naar een al dan niet binnen de territoriale wateren gelegen boor- of werkeiland en van het eiland naar de plaats van lossing, wanneer de goederen naar of van het eiland worden verscheept zonder via de operationele basis te gaan;

d) van het ene eiland naar het andere, ongeacht of deze al dan niet binnen de territoriale wateren zijn gelegen,

aan geen andere formaliteit onderworpen dan de dienovereenkomstige inschrijving in de in artikel 293, onder b), bedoelde administratie.