Art. 299 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. In afwijking van artikel 298 is de afgifte van een controle-exemplaar T 5 niet vereist voor het vervoer van materiaal dat met het oog op het onderhoud of de herstelling van luchtvaartuigen door luchtvaartmaatschappijen in het internationaal verkeer hetzij in het kader van uitwisselingsakkoorden met betrekking tot dit materiaal hetzij voor eigen behoefte wordt verzonden.

In dit geval geschiedt het vervoer op basis van de luchtvrachtbrief of het gelijkwaardige document, overeenkomstig de bepalingen van artikel 298, lid 6.

2. De luchtvrachtbrief of het gelijkwaardige document dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

a) de naam van de verzendende luchtvaartmaatschappij,

b) de naam van de luchthaven van vertrek,

c) de naam van de ontvangende luchtvaartmaatschappij,

d) de naam van de luchthaven van bestemming,

e) de omschrijving van het materiaal,

f) het aantal stuks.

De in de voorgaande alinea bedoelde gegevens mogen eveneens in gecodeerde vorm of door verwijzing naar een bijgevoegd document worden verstrekt.

3. Op de luchtvrachtbrief of het gelijkwaardige document dient op de voorzijde, in drukletters, een van de volgende vermeldingen voor te komen:

- DESTINO ESPECIAL,

- SAERLIGT ANVENDELSESFORMAAL,

- BESONDERE VERWENDUNG,

- AAÉAEÉÊÏÓ ÐÑÏÏÑÉÓÌÏÓ,

- END-USE,

- DESTINATION PARTICULIÈRE,

- DESTINAZIONE PARTICOLARE,

- BIJZONDERE BESTEMMING,

- DESTINO ESPECIAL.

4. In elke Lid-Staat houdt elke luchtvaartmaatschappij die materiaal als bedoeld in lid 1 verzendt of ontvangt, de in artikel 293, onder b), bedoelde administratie voor controledoeleinden ter beschikking van de bevoegde douaneautoriteiten.

5. De verzendende luchtvaartmaatschappij bewaart een exemplaar van de luchtvrachtbrief of van het gelijkwaardige document als bewijsstuk bij de administratie en houdt op de door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de verzendende luchtvaartmaatschappij is gevestigd, bepaalde wijze een ander exemplaar ter beschikking van de bevoegde douanedienst.

De ontvangende luchtvaartmaatschappij bewaart een exemplaar van de luchtvrachtbrief of van het gelijkwaardige document als bewijsstuk bij de administratie en legt op de door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van bestemming bepaalde wijze een ander exemplaar over bij de bevoegde douanedienst.

6. Het materiaal in ongewijzigde staat alsmede de exemplaren van de luchtvrachtbrief of van het gelijkwaardige document dienen aan de ontvangende luchtvaartmaatschappij te worden overgedragen op de plaatsen die zijn goedgekeurd door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar deze maatschappij gevestigd is. Voorts dient dit materiaal te worden ingeschreven in de in artikel 293, onder b), bedoelde administratie.

De overhandiging van het materiaal en de exemplaren van de luchtvrachtbrief of van het gelijkwaardige document en het opnemen in de administratie als bedoeld in de voorgaande alinea, moeten uiterlijk geschieden binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen vanaf de datum van vertrek van het vliegtuig dat het betrokken materiaal vervoert.

7. De uit onderhavig artikel voortvloeiende verplichtingen gaan van de verzendende luchtvaartmaatschappij over op de ontvangende luchtvaartmaatschappij op het tijdstip waarop het materiaal in ongewijzigde staat alsmede de exemplaren van de luchtvrachtbrief of het gelijkwaardige document aan laatstgenoemde worden overhandigd.