Art. 295 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De goederen worden geacht de bijzondere bestemming in kwestie te hebben gevolgd :
1. wanneer het gaat om goederen geschikt voor eenmalig gebruik: op het ogenblik waarop aan deze goederen, binnen de voorgeschreven termijnen, volledig de voorgeschreven bijzondere bestemming is gegeven;
2. wanneer het gaat om goederen geschikt voor herhaald gebruik: twee jaar na de datum waarop aan deze goederen voor het eerst de voorgeschreven bestemming is gegeven; deze datum dient in de in artikel 293, onder b), bedoelde administratie te worden vermeld, echter:
a) wanneer het gaat om in bijlage 40, deel I, bedoeld materiaal dat wordt gebruikt door luchtvaartmaatschappijen voor het onderhoud of de herstelling van hun luchtvaartuigen, hetzij in het kader van uitwisselingsakkoorden betreffende deze materialen, hetzij voor hun eigen behoeften: op het ogenblik waarop aan deze goederen voor het eerst de voorgeschreven bestemming wordt gegeven;
b) wanneer het gaat om onderdelen van motorvoertuigen bestemd voor assemblage: op het ogenblik waarop deze voertuigen aan anderen worden overgedragen;
c) wanneer het gaat om in bijlage 40, deel I, bedoelde goederen bestemd voor de bouw, het onderhoud, de verbouwing of de uitrusting van bepaalde categorieën luchtvaartuigen: op het ogenblik van overdracht van het luchtvaartuig aan een ander dan de vergunninghouder of op het ogenblik dat het ter beschikking van de eigenaar wordt gesteld, in het bijzonder na onderhoud, reparatie of verbouwing;
d) wanneer het gaat om in bijlage 40, deel II, bedoelde goederen, onderscheidenlijk bestemd voor de bouw, de herstelling, het onderhoud, de verbouwing en de uitrusting, van bepaalde categorieën schepen of boor- en werkeilanden: op het ogenblik van overdracht van het desbetreffende schip of boor- of werkeiland op het moment van de ter beschikkingstelling van het schip of boor- of werkeiland aan de belanghebbende, in het bijzonder na onderhoud, reparatie of verbouwing;
e) wanneer het gaat om in bijlage 40, deel II, bedoelde goederen die rechtstreeks aan boord geleverd worden ten behoeve van de uitrusting: op het ogenblik van die levering;
f) wanneer het gaat om luchtvaartuigen voor de burgerluchtvaart: op het ogenblik van hun inschrijving in het daartoe bestemde openbare register.
2. Resten en afvallen die zijn ontstaan tijdens het be- of verwerkingsproces van de goederen alsmede verliezen als gevolg van natuurlijke oorzaken worden geacht de bijzondere bestemming te hebben gevolgd.