Art. 294 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De goederen moeten binnen een jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer door de douaneautoriteiten is aanvaard, de voorgeschreven bijzondere bestemming volledig hebben gevolgd.
2. Met betrekking tot de in bijlage 40, deel II, bedoelde goederen wordt de in lid 1 bedoelde termijn gesteld op vijf jaar.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde termijnen kunnen door de douaneautoriteiten worden verlengd indien de goederen de bijzondere bestemming niet hebben gevolgd wegens toeval of overmacht of als gevolg van het bij de bewerking of verwerking toegepaste technische procédé.
4. Waar het in bijlage 39 bedoelde goederen betreft, zijn de leden 1 en 3 van toepassing, behoudens andersluidende bepalingen in de aanvullende aantekeningen 4, onder n), en 5 op hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur.