Art. 285 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Ten einde de douaneautoriteiten in staat te stellen de regelmatigheid van de verrichtingen te controleren, is de toegelaten exporteur gehouden, vóór het vertrek van de goederen van de in artikel 283 bedoelde plaatsen:
a) dit vertrek aan de douaneautoriteiten te melden, op de door hen vastgestelde wijze, om de vrijgave van de betrokken goederen te verkrijgen;
b) de goederen in zijn administratie in te schrijven. Deze inschrijving kan worden vervangen door andere, door de douaneautoriteiten vastgestelde formaliteiten die overeenkomstige waarborgen bieden. De datum moet worden vermeld evenals de voor de identificatie van de goederen benodigde gegevens;
c) alle documenten waarvan de overlegging voor de toepassing van de voorschriften inzake uitvoer is vereist, ter beschikking van de douaneautoriteiten te houden.
2. In bepaalde bijzondere omstandigheden die voortvloeien uit de aard van de goederen en de snelle opeenvolging van de uitvoerverrichtingen kunnen de douaneautoriteiten de toegelaten exporteur ontheffen van de verplichting hun elk vertrek van goederen te melden, op voorwaarde dat hij deze alle inlichtingen verstrekt die zij noodzakelijk achten om eventueel hun recht om de goederen te onderzoeken te kunnen uitoefenen.
In dat geval geldt de inschrijving van de goederen in de administratie van de toegelaten exporteur als vrijgave.