Art. 286 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Voor het controleren of de goederen daadwerkelijk het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, wordt exemplaar nr. 3 van het enig document als bewijsstuk gebruikt.

In de vergunning wordt bepaald dat exemplaar nr. 3 van het enig document vooraf dient te worden gewaarmerkt.

2. De waarmerking vooraf kan plaatsvinden:

a) hetzij door het vooraf aanbrengen, in vak A, van de stempelafdruk van het bevoegde douanekantoor en de handtekening van een ambtenaar van dit kantoor;

b) hetzij door het aanbrengen, door de toegelaten exporteur, van een speciale stempelafdruk die overeenstemt met het model in bijlage 62.

De stempelafdruk kan op de formulieren worden voorgedrukt wanneer deze door een daartoe gemachtigde drukkerij worden gedrukt.

3. De toegelaten exporteur dient vóór het vertrek van de goederen:

- de in artikel 285 bedoelde formaliteiten te vervullen;

- op exemplaar nr. 3 van het enig document een verwijzing naar de inschrijving in de administratie en de datum van deze inschrijving te vermelden.

4. In vak 44 van het overeenkomstig lid 2 ingevulde exemplaar nr. 3 wordt:

- het nummer van de vergunning vermeld en de naam van het douanekantoor dat deze vergunning heeft afgegeven;

- een van de in artikel 280, lid 3, genoemde aantekeningen aangebracht.