Art. 242 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Wanneer de douaneautoriteiten besluiten monsters te nemen, stellen zij de aangever of diens vertegenwoordiger hiervan in kennis.

2. Het nemen van monsters geschiedt door de douaneautoriteiten zelf. Zij kunnen echter verzoeken dat de monsterneming onder hun toezicht door de aangever of door een door hem aangewezen persoon wordt verricht.

De monsterneming geschiedt volgens de methoden die ter zake zijn voorgeschreven.

3. De bij de monsterneming te nemen hoeveelheden zijn niet groter dan noodzakelijk is om de analyse of het grondige onderzoek, met inbegrip van een eventuele tegenanalyse, te kunnen verrichten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen