Rb. Breda 16 maart 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4921

Belanghebbende handelaar in aardolieproducten, had in haar accijnsgoederenplaats “rode gasolie” opgeslagen. Volgens analyse van een door de douane genomen monster was het gehalte aan herkenningsmiddel solvent yellow minder dan de norm van 6 gram per 1000 liter. Ten tijde van de uitslag van het onderzoek was alle olie al uitgeslagen, deels met toepassing van het lage accijnstarief, deels onder schorsing van accijns (naar een buitenlandse handelaar en naar een andere AGP). Er werd accijns nageheven naar het hoge tarief en een verzuimboete opgelegd. De rechtbank liet de naheffingsaanslag en de boete in stand. Niet aannemelijk was dat de fout met solvent yellow door de leverancier van belanghebbende was gemaakt. De monsterneming door de douane was correct, nu een medewerker van belanghebbende daarvoor had getekend. Er was geen reden te twijfelen aan de uitslag van de analyse door het douanelaboratorium. Wel vond de rechtbank het ongelukkig dat de inspecteur bij de uitslag van het laboratorium had vermeld dat daartegen geen bezwaar en beroep mogelijk was, maar belanghebbende had uit het rapport va het laboratorium moeten begrijpen dat zij een contra-expertise kon vragen en was derhalve niet in haar verdediging geschaad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen