Hof Amsterdam 19 december 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6338
Belanghebbende betwist op de hoogte te zijn gesteld van de monsternemingen. Het ligt dan op de weg van de inspecteur het tegendeel aannemelijk te maken. De inspecteur heeft aangevoerd dat de aangever door de desbetreffende ambtenaar in alle gevallen telefonisch is uitgenodigd voor de monsternemingen. Belanghebbende, op haar beurt, heeft dit betwist en gemotiveerd gesteld dat op de formulieren “fysieke controle” weliswaar de plaats en het tijdstip van de monsternemingen zijn aangegeven, maar dat op de formulieren niet is aangetekend dat belanghebbende op enigerlei wijze (tijdig) over de monsternemingen is geïnformeerd. Het formulier “fysieke controle” dat betrekking heeft op aangiftenummer ... (sub 1.1. voluit weergegeven) is weliswaar door een loodsmedewerker van D B.V., die aanwezig is geweest bij de monsterneming, afgetekend, maar belanghebbende heeft onvoldoende weersproken gesteld dat deze medewerker niet door haar gemachtigd was om als haar vertegenwoordiger op te treden bij de monsterneming. Daaraan doet niet af dat het, naar de inspecteur stelt, bij monsterneming in de loods gebruikelijk is dat een loodsmedewerker aanwezig is en dat aangevers zich in de regel door een loodsmedewerker laten vertegenwoordigen. De aanwezigheid van een loodsmedewerker bij de monsterneming en de omstandigheid dat aangevers zich in de regel laten vertegenwoordigen door een loodsmedewerker, rechtvaardigen op zichzelf niet de conclusie dat in het onderhavige geval de loodsmedewerker voor de desbetreffende monsterneming door de aangever gemachtigd was haar bij de monsterneming te vertegenwoordigen. Het formulier ... (sub 1.1. voluit weergegeven) vermeldt achter de woorden: “Aangever geïnformeerd over: - fysieke controle: Dhr/Mw A”. Achter “- monsterneming:” is geen naam vermeld. Achter de woorden “Aangever aanwezig bij fysieke controle en/of monsterneming:” is “ja” vermeld. Aldus wordt onvoldoende zekerheid verschaft dat de aangever over de monsterneming is ingelicht, te meer nu in de uitspraak op het bezwaarschrift betreffende deze aangifte is vermeld “U was bij de monstername niet aanwezig”. De formulieren fysieke controle inzake aangiftennummers ..., ... en (sub 1.1. voluit weergegeven) bevatten geen enkele aantekening waaruit zou kunnen blijken dat de aangever over de monsterneming is ingelicht. Desgevraagd heeft de inspecteur over het ontbreken van deze aantekeningen geen opheldering kunnen verschaffen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat belanghebbende niet in kennis is gesteld van de monsternemingen betreffende de goederen, vermeld op de vijf litigieuze aangiften. Dit leidt tot het oordeel dat de inspecteur een essentiële voorwaarde in een dwingend voorgeschreven procedure heeft geschonden. Het gevolg daarvan moet zijn dat de monsternemingen terzijde worden gesteld. De resultaten van de monsteronderzoeken kunnen dan ook niet dienen als grondslag voor de indeling van de ingevoerde kledingstukken in het GDT, zodat een rechtvaardigingsgrond om van de posten van de aangiften af te wijken, ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl