Art. 219 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De aangifte voor douanevervoer gaat vergezeld van het vervoersdocument. Het kantoor van vertrek kan ontheffing verlenen van de verplichting tot overlegging van dit document bij het vervullen van de formaliteiten. Het vervoersdocument moet echter tijdens het vervoer te allen tijde op verzoek van de douaneautoriteiten of van enige andere bevoegde autoriteit worden overgelegd.
2. Onverminderd de vereenvoudigingsmaatregelen die eventueel van toepassing zijn, wordt het douanedocument voor de uitvoer, de verzending of de wederuitvoer van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap of ieder gelijkwaardig document bij het kantoor van vertrek overgelegd, te zamen met de aangifte voor douanevervoer waarop het betrekking heeft.
3. De douaneautoriteiten kunnen in voorkomend geval eisen dat het op de voorafgaande douaneregeling betrekking hebbende document wordt overgelegd.