Art. 220 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Bij de aangifte tot plaatsing onder een economische douaneregeling, met uitzondering van de aangifte voor passieve veredeling, worden de volgende stukken gevoegd:

a) de in artikel 218 bedoelde bescheiden, behalve in geval van plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots in een entrepot van het type D;

b) de vergunning tot gebruikmaking van de betrokken douaneregeling of, wanneer artikel 556, lid 1, tweede alinea, wordt toegepast, een kopie van de vergunningaanvraag, behalve wanneer de goederen onder het stelsel van douane-entrepots worden gebracht of artikel 568, lid 3, artikel 656, lid 3, of artikel 695, lid 3, van toepassing zijn.

2. Bij de aangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling dienen de volgende stukken te worden gevoegd:

a) de in artikel 221 bedoelde bescheiden;

b) de vergunning tot gebruikmaking van de regeling of, wanneer artikel 751, lid 1, tweede alinea, wordt toegepast, een kopie van de vergunningaanvraag, behoudens in geval van toepassing van artikel 760, lid 2.

3. Artikel 218, lid 2, is van toepassing op de aangifte tot plaatsing onder elke economische douaneregeling.

4. De douaneautoriteiten kunnen toestaan dat de in lid 1, onder b), en lid 2, onder b), bedoelde bescheiden niet worden bijgevoegd doch dat deze ter beschikking worden gehouden.