Art. 218 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Bij de aangifte voor het vrije verkeer dienen de volgende stukken te worden gevoegd:

a) de factuur die ten grondslag ligt aan de aangifte van de douanewaarde, zoals deze overeenkomstig artikel 181 dient te worden overgelegd;

b) wanneer artikel 178 daarin voorziet, de opgave van de voor de vaststelling van de douanewaarde van de aangegeven goederen vereiste gegevens overeenkomstig het genoemde artikel;

c) de documenten die vereist zijn voor de toepassing van een preferentiële tariefregeling of van iedere andere van de normale voorschriften afwijkende regeling die op de aangegeven goederen van toepassing is;

d) alle andere bescheiden die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen betreffende het in het vrije verkeer brengen van de aangegeven goederen.

2. De douaneautoriteiten kunnen eisen dat bij de aangifte de vervoersdocumenten of, in voorkomend geval, de op de voorafgaande douaneregeling betrekking hebbende documenten worden overgelegd.

Wanneer een zelfde soort goederen in verscheidene colli wordt aangeboden, kunnen zij tevens de overlegging eisen van een paklijst of een gelijkwaardig bescheid waarin de inhoud van ieder collo is vermeld.

3. Wanneer het goederen betreft die voor het in artikel 81 van het Wetboek bedoelde recht in aanmerking komen, kan evenwel worden afgezien van de eis dat de in lid 1, onder b) en c), bedoelde bescheiden worden overgelegd.

Wanneer het goederen betreft die voor vrijstelling van de rechten bij invoer in aanmerking komen, kan bovendien worden afgezien van de eis dat de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde bescheiden worden overgelegd, tenzij de douaneautoriteiten dit noodzakelijk achten voor de toepassing van de bepalingen betreffende het in het vrije verkeer brengen van de genoemde goederen.