Art. 214 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

In de gevallen waarin het opmaken van aanvullende kopieën van het formulier als bedoeld in artikel 205, lid 1, is voorgeschreven, mag de aangever te dien einde en voor zover nodig bijkomende exemplaren of fotokopieën van genoemd formulier gebruiken.

Deze bijkomende exemplaren of deze fotokopieën moeten door de aangever worden ondertekend, aan de bevoegde douaneautoriteiten worden overgelegd en door deze autoriteiten worden geviseerd onder dezelfde voorwaarden als het enig document zelf. Zij worden door de douaneautoriteiten op dezelfde voet als de originele documenten aanvaard, mits hun kwaliteit en leesbaarheid door genoemde autoriteiten bevredigend worden geacht.