Art. 121 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De in artikel 67, lid 1, onder a) tot en met k), bedoelde produkten worden beschouwd als geheel en al in een begunstigde republiek of in de Gemeenschap te zijn verkregen.

2. De term "zijn schepen" in artikel 67, lid 1, onder f), is slechts van toepassing op schepen:

- die in een Lid-Staat of in een begunstigde republiek zijn ingeschreven of geregistreerd;

- die de vlag van een Lid-Staat of van een begunstigde republiek voeren;

- die voor minstens de helft toebehoren aan onderdanen van de Lid-Staten of van een begunstigde republiek of aan een vennootschap waarvan het hoofdkantoor zich in een Lid-Staat of in een begunstigde republiek bevindt en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van beheer of raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van de Lid-Staten of van een begunstigde republiek, en waarvan bovendien, in geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan de Lid-Staten of een begunstigde republiek of aan de openbare lichamen of onderdanen van de Lid-Staten of een begunstigde republiek;

- waarvan de kapitein en de officieren allen onderdanen zijn van de Lid-Staten of van een begunstigde republiek, en

- waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van de Lid-Staten of van een begunstigde republiek.

3. De termen "de Gemeenschap" en "een begunstigde republiek" hebben ook betrekking op hun territoriale wateren. Schepen waarmede op volle zee wordt gevist, met inbegrip van fabrieksschepen waarop de gevangen vis wordt be- of verwerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de Staat waartoe zij behoren, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van lid 2.