Art. 119 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De controle achteraf van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de formulieren EUR.2 wordt bij wijze van steekproef verricht of wanneer de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van invoer of de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van het document of de juistheid van de gegevens inzake de werkelijke oorsprong van de betrokken goederen.
2. Met het oog op de juiste toepassing van onderafdeling 1 verlenen de Bezette Gebieden bijstand aan de Gemeenschap waarbij de douaneautoriteiten van de Lid-Staten in staat worden gesteld de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de formulieren EUR.2 en de juistheid van de daarin vermelde gegevens inzake de werkelijke oorsprong van de betrokken produkten te controleren.
3. Voor de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of het gebied van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of het formulier EUR.2, of een fotokopie daarvan, terug aan de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer, onder vermelding van de formele of materiële redenen van het verzoek om een controle.
De desbetreffende handelsdocumenten of kopieën daarvan worden bij het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of het formulier EUR.2 gevoegd. Tevens zenden de autoriteiten die de controle achteraf aanvragen, ter ondersteuning van hun verzoek, alle door hen verkregen documenten en informatie waardoor zij de indruk hebben gekregen dat de gegevens op het certificaat of formulier niet juist zijn, toe.
Indien de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer besluiten de preferentiële behandeling op te schorten in afwachting van de resultaten van de controle, verlenen zij vrijgave van de produkten onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
4. De douaneautoriteiten van de Lid-Staat van invoer of de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden worden binnen een termijn van zes maanden van de resultaten van de controle in kennis gesteld. Aan de hand van deze resultaten moet kunnen worden vastgesteld of de krachtens lid 3 teruggezonden documenten betrekking hebben op de uitgevoerde goederen en of deze goederen inderdaad voor de preferentiële regeling in aanmerking komen.
Artikel 95, lid 5, is op dit lid van overeenkomstige toepassing.
5. Met het oog op de controle achteraf van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden kopieën van deze certificaten alsmede alle daarop betrekking hebbende uitvoerdocumenten gedurende ten minste twee jaar door de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer bewaard.
Afdeling 3
De Republieken Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Onderafdeling 1
Definitie van het begrip "produkten van oorsprong"