Art. 1 Verordening (EEG) nr. 990/93
1. Met ingang van 26 april 1993 zijn verboden:
a) het binnenbrengen op het grondgebied van de Gemeenschap van alle grondstoffen en produkten die van oorsprong of herkomst zijn uit, of zijn doorgevoerd door de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro);
b) de uitvoer naar en de doorvoer door de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) van alle grondstoffen en produkten die van oorsprong of herkomst zijn uit, of worden doorgevoerd door de Gemeenschap;
c) het binnenvaren van de territoriale zee van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) voor alle commercieel verkeer;
d) alle activiteiten die ten doel of tot gevolg hebben dat de onder a), b) of c) bedoelde verrichtingen rechtstreeks of onrechtstreeks worden bevorderd;
e) het verstrekken van niet-financiële diensten aan personen of instanties ten behoeve van enige bedrijfsactiviteit die in de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) wordt uitgevoerd.
2. Voor het luchtvervoer en het vervoer over zee en over de binnenwateren wordt het verbod als volgt toegepast:
a) toestemming tot het opstijgen van, landen op of overvliegen van het grondgebied van de Gemeenschap wordt geweigerd aan alle vliegtuigen waarmee zal worden geland op het grondgebied van de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) of die aldaar zijn opgestegen;
b) vaartuigen waarvoor een meerderheidsbelang berust bij, of waarover controlemacht wordt uitgeoefend door een persoon of onderneming in, of opererend vanuit de Federatieve Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), worden voor de toepassing van deze verordening en de daarmee samenhangende wetgeving beschouwd als vaartuigen van deze Republiek, ongeacht de vlag waaronder zij varen.