Art. 8 Verordening (EEG) nr. 793/93, Prioriteitslijsten
1. Op basis van de door de fabrikanten en importeurs overeenkomstig de artikelen 3 en 4 verstrekte informatie en op basis van de nationale lijsten van prioriteitsstoffen stelt de Commissie in overleg met de Lid-Staten regelmatig lijsten op van prioriteitsstoffen of groepen prioriteitsstoffen (hierna "prioriteitslijsten" genoemd) die bijzondere aandacht behoeven wegens hun mogelijke effecten op de mens of het milieu. Deze lijsten worden overeenkomstig de in artikel 15 beschreven procedure vastgesteld en door de Commissie gepubliceerd, voor het eerst in het jaar volgende op de inwerkingtreding van de verordening.
2. De relevante factoren waarmee bij het opstellen van de prioriteitslijsten rekening moet worden gehouden zijn:
- de effecten van de stof op mens of milieu;
- de blootstelling van mens of milieu aan de stof;
- het ontbreken van gegevens over de effecten van de stof op mens of milieu;
- de reeds in andere internationale organisaties verrichte werkzaamheden;
- andere wetgeving en/of andere programma's van de Gemeenschap betreffende gevaarlijke stoffen.
Een stof die krachtens een andere communautaire wetgeving moet worden beoordeeld, kan slechts op een prioriteitslijst worden geplaatst indien bij die beoordeling geen rekening is gehouden met het risico voor de mens, inclusief werknemers en consumenten, of het milieu, of indien dit risico niet juist is ingeschat. Een gelijkwaardige beoordeling die reeds op grond van een andere communautaire wetgeving heeft plaatsgevonden, behoeft niet meer in het kader van deze verordening te worden herhaald.
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan stoffen die mogelijk chronische effecten veroorzaken, met name stoffen die met zekerheid of vermoedelijk kankerverwekkend, toxisch ten aanzien van de voortplanting en/of mutageen zijn, dan wel met zekerheid of vermoedelijk de frequentie van dergelijke effecten doen toenemen.