Art. 3 Verordening (EEG) nr. 793/93, Verstrekking van gegevens over in grote hoeveelheden geproduceerde of ingevoerde bestaande stoffen

Verordening (EEG) nr. 793/93

Onverminderd artikel 6, lid 1, dient elke fabrikant of importeur die in de drie jaar vóór de vaststelling van deze verordening en/of in het jaar daarna ten minste eenmaal een bestaande stof als zodanig of in een preparaat in een hoeveelheid van meer dan 1 000 ton per jaar heeft geproduceerd of ingevoerd, aan de Commissie, volgens de procedure van artikel 6, leden 2 en 3, uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening indien het gaat om een in bijlage I opgenomen stof, en uiterlijk 24 maanden na de inwerkingtreding indien het gaat om een in de EINECS maar niet in bijlage I opgenomen stof, de onderstaande in bijlage III gespecificeerde informatie te verstrekken:

a) de naam van de stof en het nummer in de EINECS;

b) de geproduceerde of ingevoerde hoeveelheid van de stof;

c) de indeling van de stof overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen(7) of de voorlopige indeling overeenkomstig deze richtlijn, met inbegrip van de gevarencategorie, het gevarensymbool, de standaardzinnen met betrekking tot de risico's en de standaardzinnen met betrekking tot de veiligheid;

d) informatie over de redelijkerwijs te verwachten toepassingen van de stof;

e) gegevens over de fysisch-chemische eigenschappen van de stof;

f) gegevens over de afbraak en verspreiding in het milieu;

g) gegevens over de ecotoxiciteit van de stof;

h) gegevens over de acute en subacute toxiciteit van de stof;

i) gegevens over de carcinogeniteit en de mutageniteit van de stof en/of de toxiciteit van de stof ten aanzien van de voortplanting;

j) andere gegevens die relevant zijn voor de risicobeoordeling van de stof.

De fabrikanten en importeurs zijn verplicht alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om de bestaande gegevens omtrent de punten e) tot en met j) te verkrijgen. Bij gebreke van informatie behoeven de fabrikanten en importeurs echter geen aanvullende proeven op dieren te verrichten om die gegevens te kunnen overleggen.