Art. 25 Richtlijn 93/36/EEG
1. De Lid-Staten waar officiële lijsten van erkende leveranciers bestaan, dienen deze lijsten aan te passen aan artikel 20, lid 1, onder a) tot en met d) en onder g), en aan de artikelen 21, 22 en 23.
2. De op een officiële lijst ingeschreven leveranciers kunnen bij elke aanbesteding een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving aan de aanbestedende dienst overleggen. Op dit bewijs worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op de lijst mogelijk was, alsmede de classificatie van deze lijst.
3. De door de bevoegde autoriteit bevestigde inschrijving op een officiële lijst vormt ten aanzien van de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten slechts een vermoeden van geschiktheid in de zin van artikel 20, lid 1, onder a) tot en met d) en onder g), artikel 21, artikel 22, lid 1, onder b) en c), en artikel 23, lid 1, onder a).
Gegevens welke uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale verzekering, van elke ingeschreven leverancier bij elke aanbesteding een aanvullende verklaring worden verlangd.
De eerste en de tweede alinea worden door de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten alleen toegepast op leveranciers die zijn gevestigd in de Lid-Staat waar de officiële lijst is opgesteld.
4. Voor de inschrijving van leveranciers uit andere Lid-Staten op een officiële lijst kunnen geen andere bewijzen en verklaringen worden verlangd dan van nationale leveranciers en kunnen in geen geval andere bewijzen worden verlangd dan die welke in de artikelen 20 tot en met 23 zijn bepaald.
5. De Lid-Staten waar officiële lijsten bestaan, delen aan de andere Lid-Staten en de Commissie, die voor de bekendmaking daarvan zorgt, het adres mede van de instantie waaraan verzoeken tot inschrijving kunnen worden gericht.
Hoofdstuk 3
Gunningscriteria