Art. 23 Richtlijn 93/36/EEG

Richtlijn 93/36/EEG

1. De technische bekwaamheid van de leverancier kan op een of meer van de volgende manieren worden bewezen, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid en het gebruik van de te leveren produkten:

a) aan de hand van een lijst van de voornaamste leveringen die hij gedurende de afgelopen drie jaar heeft verricht, met vermelding van hun bedrag en datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren:

- in geval van leveringen aan de overheid, worden de leveringen aangetoond door certificaten die door de bevoegde autoriteit zijn opgesteld of goedgekeurd;

- in geval van leveringen aan particulieren, worden de certificaten opgesteld door de koper; bij ontstentenis daarvan is een verklaring van de leverancier toegelaten;

b) aan de hand van een beschrijving van de technische uitrusting van de leverancier, de maatregelen die hij treft om kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek;

c) aan de hand van een opgave van de al dan niet tot de onderneming van de leverancier behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole;

d) aan de hand van monsters, beschrijvingen en/of foto's van de te leveren produkten, waarvan op verzoek van de aanbestedende dienst de echtheid moet kunnen worden bevestigd;

e) aan de hand van certificaten die zijn opgesteld door als bevoegd erkende officiële instituten of diensten voor kwaliteitscontrole, waarin wordt verklaard dat duidelijk door referenties geïdentificeerde produkten aan bepaalde specificaties of normen beantwoorden;

f) wanneer de te leveren produkten van complexe aard zijn of in uitzonderlijke gevallen voor een bijzonder doel zijn bestemd, aan de hand van controle door de aanbestedende dienst of, namens die dienst, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier is gevestigd, onder voorbehoud van de instemming van dat orgaan; deze controle heeft betrekking op de produktiecapaciteit van de leverancier en, indien nodig, de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek, alsmede de door hem getroffen maatregelen inzake kwaliteitscontrole.

2. De aanbestedende dienst geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot inschrijving aan, welke referenties hij verlangt.

3. Bij het inwinnen van de in artikel 22 en in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde inlichtingen mag niet verder worden gegaan dan gezien de inhoud van de opdracht verantwoord is, en de aanbestedende dienst moet met de gerechtvaardigde belangen van de leverancier met betrekking tot de bescherming van zijn fabrieks- of bedrijfsgeheimen rekening houden.