Art. 9 Richtlijn 93/7/EEG
Wanneer teruggave wordt gelast, kent de bevoegde rechtbank van de aangezochte Lid-Staat de bezitter een al naar gelang van de omstandigheden van het gegeven geval vast te stellen billijke vergoeding toe, op voorwaarde dat hij ervan overtuigd is dat de bezitter bij de verwerving van het goed de nodige zorgvuldigheid heeft betracht.
De regeling van de bewijslast is onderworpen aan de wetgeving van de aangezochte Lid-Staat.
In geval van schenking of erfopvolging mag de rechtspositie van de verkrijger niet gunstiger zijn dan die van degene van wie hij het goed uit dien hoofde heeft verkregen.
De verzoekende Lid-Staat is gehouden deze vergoeding bij de teruggave uit te keren.