Art. 5
1. Onverminderd de eisen die in de sectoriële verordeningen worden gesteld ten aanzien van de steunaanvragen, moet de steunaanvraag "dieren" alle nodige gegevens bevatten, en met name:
- de identificatie van het bedrijfshoofd;
- een verwijzing naar de steunaanvraag "oppervlakten" indien deze reeds is ingediend, behalve in het in artikel 4, lid 5, bedoelde geval;
- het aantal en de soort dieren waarvoor steun wordt aangevraagd;
- in voorkomend geval de verbintenis van het bedrijfshoofd om deze dieren op zijn bedrijf aan te houden gedurende de periode die daarvoor is voorgeschreven, en de plaats of plaatsen waar deze dieren gedurende deze periode zullen worden gehouden, alsmede in voorkomend geval de desbetreffende periode of perioden en, wanneer het gaat om runderen, hun identificatienummer; indien deze plaats gedurende deze periode wordt gewijzigd, moet het bedrijfshoofd de bevoegde instantie daarvan vooraf schriftelijk in kennis stellen;
- in voorkomend geval het individuele maximum voor de betrokken dieren;
- in voorkomend geval de individuele referentiehoeveelheid melk die aan het bedrijfshoofd is toegekend aan het begin van het in het betrokken kalenderjaar begonnen tijdvak van 12 maanden voor de toepassing van de regeling inzake de extra heffing; indien deze hoeveelheid niet bekend is op de datum waarop de aanvraag wordt ingediend, moet zij zo spoedig mogelijk aan de bevoegde instantie worden medegedeeld;
- een verklaring van de producent dat hij kennis heeft genomen van de voorwaarden voor toekenning van de betrokken steun.
De Lid-Staat kan besluiten dat sommige van deze gegevens niet in de steunaanvraag hoeven te worden vermeld, indien de betrokken gegevens reeds aan de bevoegde instantie zijn medegedeeld.
2. De steunaanvraag voor de compenserende vergoeding als bedoeld in artikel 19, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad (6) moet uiterlijk op een datum of tijdens een periode die door de Lid-Staat wordt vastgesteld, worden ingediend.