Art. 6
1. Indien een persoon de douaneautoriteiten verzoekt een beschikking betreffende de toepassing van de douanewetgeving te nemen, verstrekt hij deze autoriteiten alle gegevens en bescheiden die zij behoeven om het besluit te nemen.
2. De beschikking moet zo spoedig mogelijk worden genomen en vervolgens zo spoedig mogelijk aan de verzoeker worden bekendgemaakt.
Indien het daartoe strekkende verzoek schriftelijk is gedaan, moet de beschikking worden genomen binnen een overeenkomstig de geldende bepalingen vastgestelde termijn te rekenen vanaf de datum waarop de douaneautoriteiten het verzoek hebben ontvangen. De beschikking moet schriftelijk aan de verzoeker worden bekendgemaakt.
Deze termijn mag echter worden overschreden indien het voor de douaneautoriteiten niet mogelijk is hem in acht te nemen. In dat geval stellen deze autoriteiten de verzoeker hiervan vóór het verstrijken van de hierboven vastgestelde termijn in kennis, onder vermelding van de redenen welke aan deze overschrijding ten grondslag liggen en van de nieuwe termijn die zij nodig achten om een beschikking te nemen.
3. De schriftelijk genomen beschikkingen waarbij verzoeken niet worden ingewilligd of die ongunstige gevolgen hebben voor de personen tot wie zij zijn gericht, worden door de douaneautoriteiten met redenen omkleed. In deze beschikkingen dient melding te worden gemaakt van de mogelijkheid tot beroep als bedoeld in artikel 243.
4. Bepaald kan worden dat lid 3, eerste volzin, eveneens op andere beschikkingen van toepassing is.