Art. 4

In de zin van dit wetboek wordt verstaan onder:

1. persoon:

- een natuurlijk persoon, of

- een rechtspersoon, of

- wanneer de geldende voorschriften in deze mogelijkheid voorzien, een vereniging van personen die als handelingsbekwaam wordt erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten;

2. in de Gemeenschap gevestigd persoon:

- indien het een natuurlijk persoon betreft, een ieder die in de Gemeenschap zijn normale verblijfplaats heeft,

- indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die in de Gemeenschap zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft;

3. douaneautoriteiten: de autoriteiten die onder meer voor de toepassing van de douanewetgeving bevoegd zijn;

4. douanekantoor: elk kantoor waar de in de douanewetgeving voorgeschreven formaliteiten volledig of gedeeltelijk kunnen worden vervuld;

5. beschikking: elke administratieve beslissing verband houdend met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor een of meer personen wier identiteit bekend is of kan worden vastgesteld, rechtsgevolgen heeft; hieronder vallen onder meer bindende tariefinlichtingen als bedoeld in artikel 12;

6. douanestatus: de status van goederen, zijnde hetzij communautaire, hetzij niet-communautaire goederen;

7. communautaire goederen: goederen die

- geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap onder de in artikel 23 bedoelde voorwaarden, zonder toevoeging van goederen die zijn ingevoerd uit landen of gebieden welke geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap;

- zijn ingevoerd uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en die in het vrije verkeer zijn gebracht;

- in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen, hetzij uitsluitend uit goederen als bedoeld in het tweede streepje, hetzij uit goederen als bedoeld in het eerste en het tweede streepje;

8. niet-communautaire goederen: andere dan de in punt 7 bedoelde goederen.

Onverminderd de artikelen 163 en 164 verliezen communautaire goederen deze douanestatus wanneer zij het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk verlaten;

9. douaneschuld: de op een persoon rustende verplichting tot betaling van de rechten bij invoer (douaneschuld bij invoer) of de rechten bij uitvoer (douaneschuld bij uitvoer) die op bepaalde goederen van toepassing zijn uit hoofde van de geldende communautaire bepalingen;

10. rechten bij invoer:

- de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de invoer van goederen van toepassing zijn;

- de landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;

11. rechten bij uitvoer:

- de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de uitvoer van goederen van toepassing zijn;

- de landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;

12. schuldenaar: elke persoon die gehouden is tot betaling van het bedrag van de douaneschuld;

13. toezicht van de douaneautoriteiten: de activiteiten die door deze autoriteiten in het algemeen worden ontplooid ten einde te zorgen voor de naleving van de douanewetgeving en, in voorkomend geval, van de andere bepalingen die op goederen onder douanetoezicht van toepassing zijn;

14. controle door de douaneautoriteiten: het verrichten van specifieke handelingen, zoals verificatie van goederen, controle op de aanwezigheid en de echtheid van documenten, onderzoek van de boekhouding van ondernemingen en onderzoek van andere bescheiden, controle van vervoermiddelen, controle van bagage en andere goederen die personen bij of op zich dragen, en het verrichten van administratief onderzoek en andere soortgelijke handelingen, een en ander om te zorgen voor de naleving van de douanewetgeving en, in voorkomend geval, van de andere bepalingen die op goederen onder douanetoezicht van toepassing zijn;

15. douanebestemming van goederen:

a) plaatsing van goederen onder een douaneregeling;

b) binnenbrengen van goederen in een vrije zone of in een vrij entrepot;

c) wederuitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap;

d) vernietiging van goederen;

e) afstaan van goederen aan de Schatkist;

16. douaneregeling:

a) in het vrije verkeer brengen;

b) douanevervoer;

c) douane-entrepot;

d) actieve veredeling;

e) behandeling onder douanetoezicht;

f) tijdelijke invoer;

g) passieve veredeling

h) uitvoer;

17. douaneaangifte: handeling waarbij een persoon, in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, het voornemen kenbaar maakt goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen;

18. aangever: de persoon die in eigen naam een douaneaangifte doet of de persoon in wiens naam een douaneaangifte wordt gedaan;

19. aanbrengen bij de douane: mededeling aan de douaneautoriteiten, in de vereiste vorm, van de aankomst van de goederen bij het douanekantoor of op enige andere, door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaats;

20. vrijgave van goederen: terbeschikkingstelling, door de douaneautoriteiten, van goederen voor de doeleinden die zijn voorzien in de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst;

21. subject van de regeling: de persoon voor wiens rekening de douaneaangifte is gedaan of de persoon aan wie de uit een douaneregeling voortvloeiende rechten en verplichtingen van de eerstgenoemde persoon zijn overgedragen;

22. vergunninghouder: persoon aan wie een vergunning is verleend;

23. geldende bepalingen: de communautaire of de nationale bepalingen;

24. procedure van het Comité: de procedure als omschreven of bedoeld in artikel 249.

Uitspraken die dit artikel aanhalen