Art. 3
1. Het douanegebied van de Gemeenschap omvat:
- het grondgebied van het Koninkrijk België;
- het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, met uitzondering van de Faeroeer en Groenland;
- het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland, met uitzondering van enerzijds het eiland Helgoland en anderzijds het grondgebied van Buesingen (Verdrag van 23 november 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Zwitserse Bondsstaat);
- het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van Ceuta en Melilla;
- het grondgebied van de Helleense Republiek;
- het grondgebied van de Franse Republiek, met uitzondering van de gebieden overzee en de territoriale lichamen (collectivités territoriales);
- het grondgebied van Ierland;
- het grondgebied van de Italiaanse Republiek, met uitzondering van de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, alsmede van de nationale wateren van het Meer van Lugano vanaf de oever tot aan de politieke grens van de zone tussen Ponte Tresa en Porto Ceresio;
- het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg;
- het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa;
- het grondgebied van de Portugese Republiek;
- het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede de Kanaaleilanden en het eiland Man.
2. De volgende gebieden worden, hoewel zij buiten het grondgebied van de Lid-Staten zijn gelegen, gezien de daarop van toepassing zijnde overeenkomsten en verdragen, beschouwd als deel uitmakende van het douanegebied van de Gemeenschap:
a) DUITSLAND
De Oostenrijkse gebieden Jungholz en Mittelberg, zoals omschreven in de volgende verdragen:
- Jungholz: Verdrag van 3 mei 1868 (Bayrisches Regierungsblatt 1868, blz. 1245);
- Mittelberg: Verdrag van 2 december 1890 (Reichsgesetzblatt 1891, blz. 59).
b) FRANKRIJK
Het grondgebied van het Vorstendom Monaco, zoals omschreven in de op 18 mei 1963 in Parijs ondertekende douaneovereenkomst (Journal Officiel van 27 september 1963, blz. 8679).
c) ITALIË
Het grondgebied van de Republiek San Marino, zoals omschreven in de Overeenkomst van 31 maart 1939 (Wet van 6 juni 1939, nr. 1220).
3. In het douanegebied van de Gemeenschap zijn begrepen de territoriale zee, de maritieme binnenwateren en het luchtruim van de Lid-Staten en van de in lid 2 bedoelde gebieden, met uitzondering van de territoriale zee, de maritieme binnenwateren en het luchtruim van de gebieden die overeenkomstig lid 1 niet onder het douanegebied van de Gemeenschap vallen.