Art. 31
1. Indien de douanewaarde van de ingevoerde goederen niet met toepassing van de artikelen 29 en 30 kan worden vastgesteld, wordt zij aan de hand van de in de Gemeenschap beschikbare gegevens vastgesteld met gebruikmaking van redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en de algemene bepalingen van:
- de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;
- artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, en
- de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk.
2. De met toepassing van lid 1 vastgestelde douanewaarde berust niet op:
a) de verkoopprijs, in de Gemeenschap, van goederen die in de Gemeenschap zijn voortgebracht;
b) een stelsel dat voor douanedoeleinden voorziet in de aanvaarding van de hoogste van twee in aanmerking komende waarden;
c) de prijs van goederen op de binnenlandse markt van het land van uitvoer;
d) de kosten van voortbrenging, andere dan de berekende waarden die overeenkomstig artikel 30, lid 2, onder d), voor identieke of soortgelijke goederen zijn vastgesteld;
e) prijzen voor uitvoer naar een land dat niet tot het douanegebied van de Gemeenschap behoort;
f) minimumdouanewaarden, of
g) willekeurig vastgestelde of fictieve waarden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN HILTEN 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO8438
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1269
- HR 23 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:265
- Hof Amsterdam 27 mei 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2257
- Hof Amsterdam 26 augustus 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0106
- Hof Amsterdam 26 augustus 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0056
- Hof Amsterdam 6 april 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AP4564