Hof Amsterdam 26 augustus 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0056
Belanghebbendes stelling dat de douanewaarde door de inspecteur niet op de juiste wijze is vastgesteld wordt verworpen. De nader (ná de indiening van het beroepschrift door belanghebbende) vastgestelde uitnodigingen tot betaling blijven in stand. De Douanekamer ziet geen grond voor het oordeel dat de gespecificeerde berekeningen van de inspecteur niet toereikend zouden zijn. De aansprakelijkheid van belanghebbende- vanwege haar positie als aangever- vloeit voort uit het bepaalde in artikel 201, derde lid van het CDW. Beroep ongegrond. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl