Art. 4 Verordening (EEG) nr. 2408/92
1. a) Een Lid-Staat kan, na overleg met de andere betrokken Lid-Staten en na de Commissie en de luchtvaartmaatschappijen die de betrokken route exploiteren, op de hoogte te hebben gesteld, een openbare dienstverplichting opleggen met betrekking tot geregelde luchtdiensten naar een luchthaven die de luchtverbindingen voor een perifeer of ontwikkelingsgebied op zijn grondgebied verzorgt of op een weinig geëxploiteerde route naar een regionale luchthaven op zijn grondgebied, wanneer een dergelijke route van vitaal belang wordt geacht voor de economische ontwikkeling van de regio waarin de luchthaven is gelegen en voor zover zulks noodzakelijk is om op die route een toereikend aanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuiteit, regelmaat, capaciteit en prijzen, aan welke normen luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten. De Commissie maakt het bestaan van deze openbare dienstverplichting bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
b) De toereikendheid van het aanbod van geregelde luchtdiensten wordt door de Lid-Staten beoordeeld in het licht van:
i) het openbaar belang;
ii) de mogelijkheid, meer bepaald voor eilanden, gebruik te maken van andere takken van vervoer en het vermogen van deze takken van vervoer om aan de betrokken vervoersbehoeften te voldoen;
iii) de luchtvaarttarieven en voorwaarden die aan de gebruikers kunnen worden aangeboden;
iv) het gecombineerde effect van alle luchtvaartmaatschappijen die op bedoelde route diensten onderhouden of voornemens zijn te onderhouden.
c) Wanneer andere takken van vervoer geen toereikende en ononderbroken dienst kunnen waarborgen, kunnen de betrokken Lid-Staten in de openbare dienstverplichting bepalen dat een luchtvaartmaatschappij die de route wil exploiteren de garantie geeft dat zij die route gedurende een nader te bepalen periode en in overeenstemming met de andere bepalingen van de openbare dienstverplichting zal exploiteren.
d) Indien geen enkele luchtvaartmaatschappij een aanvang heeft gemaakt of op het punt staat een aanvang te maken met het onderhouden van geregelde luchtdiensten op een route in overeenstemming met de openbare dienstverplichtingen die voor die route zijn opgelegd, kan de Lid-Staat de toegang tot die route beperken tot slechts één luchtvaartmaatschappij voor een periode van ten hoogste drie jaar, waarna de situatie opnieuw moet worden bezien. Het recht om dergelijke diensten te exploiteren wordt voor één of voor een groep van dergelijke routes bij openbare aanbesteding aangeboden aan elke communautaire luchtvaartmaatschappij die het recht heeft dergelijke luchtdiensten te onderhouden. De oproep tot mededinging wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en de termijn voor indiening van de inschrijvingen kan niet minder bedragen dan één maand na de datum van die bekendmaking. De door de luchtvaartmaatschappijen ingediende offertes worden de andere betrokken Lid-Staten en de Commissie onverwijld ter kennis gebracht.
e) De oproep tot mededinging en het daaropvolgende contract behelzen onder andere de volgende punten:
i) de normen waaraan in het kader van de openbare dienstverplichting moet worden voldaan;
ii) regels voor de wijziging en beëindiging van het contract, met name om rekening te houden met onvoorziene ontwikkelingen;
iii) de geldigheidsduur van het contract;
iv) sancties ingeval het contract niet wordt nagekomen.
f) Uit de offertes wordt zo snel mogelijk een keuze gemaakt, waarbij wordt gelet op de toereikendheid van de aangeboden dienst, met inbegrip van de tarieven en voorwaarden die aan de gebruikers kunnen worden aangeboden en de kosten van de eventuele van de betrokken Lid-Staat (Lid-Staten) verlangde vergoeding.
g) In afwijking van het bepaalde onder f) wordt na de indieningsdatum een periode van twee maanden in acht genomen voordat een keuze wordt gemaakt, ten einde andere Lid-Staten in staat te stellen hun opmerkingen te maken.
h) Een Lid-Staat kan een luchtvaartmaatschappij die overeenkomstig punt f) is geselecteerd een vergoeding uitkeren voor het voldoen aan de normen van een op grond van dit lid opgelegde openbare dienstverplichting; voor deze vergoeding worden de kosten en inkomsten in verband met de betrokken dienst in aanmerking genomen.
i) De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat tegen elk krachtens dit artikel genomen besluit daadwerkelijk en vooral zo spoedig mogelijk beroep kan worden ingesteld wegens schending van het Gemeenschapsrecht of van de nationale voorschriften ter uitvoering van het Gemeenschapsrecht.
j) Wanneer een openbare dienstverplichting overeenkomstig het bepaalde onder a) en c) is opgelegd, kunnen de luchtvaartmaatschappijen slechts uitsluitend vervoer verkopen indien de betrokken luchtdienst aan alle eisen van de openbare dienstverplichting voldoet. Die luchtdienst wordt bijgevolg als een geregelde luchtdienst aangemerkt.
k) Punt d) is niet van toepassing wanneer een andere betrokken Lid-Staat een andere bevredigende regeling voorstelt om aan dezelfde openbare dienstverplichting te voldoen.
2. Lid 1, onder d), is niet van toepassing voor routes waarop andere takken van vervoer een toereikende en ononderbroken dienst kunnen onderhouden wanneer de aangeboden capaciteit 30 000 zitplaatsen per jaar overschrijdt.
3. Op verzoek van een Lid-Staat die van mening is dat de ontwikkeling van een route door het bepaalde in lid 1 overmatig wordt beperkt of uit eigen beweging, stelt de Commissie een onderzoek in en zij besluit binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek op basis van alle relevante factoren of lid 1 op de betrokken route van toepassing blijft.
4. De Commissie deelt haar besluit mede aan de Raad en de Lid-Staten. Iedere Lid-Staat kan het besluit van de Commissie binnen één maand aan de Raad voorleggen. De Raad kan binnen één maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.