Art. 5 Verordening (EEG) nr. 2078/92, Voorwaarden voor toekenning van de steun
1. Ten einde de doelstellingen van deze verordening in het kader van de algemene voorschriften als bedoeld in artikel 3, lid 4, en/of de zoneprogramma's te bereiken, worden door de Lid-Staten vastgesteld:
a) de voorwaarden voor toekenning van de steun;
b) het bedrag van de steun, afhankelijk van de door de begunstigde aangegane verbintenis, het inkomensverlies en het stimulerend karakter van de maatregel;
c) de voorwaarden waaronder de steun voor het onderhoud van de in artikel 2, lid 1, onder e), bedoelde uit produktie genomen grond aan andere personen kan worden toegekend, wanneer er geen in aanmerking komende landbouwers zijn;
d) de voorwaarden die de begunstigde moet onderschrijven opdat met name kan worden geverifieerd en gecontroleerd of de aangegane verbintenissen worden nageleefd;
e) de voorwaarden waaronder de steun kan worden toegekend indien het bedrijfshoofd niet in staat is zelf een verbintenis aan te gaan voor de minimumduur van de betrokken periode.
2. Grond waarvoor de communautaire regeling inzake het uit produktie nemen van landbouwgrond geldt en die wordt gebruikt voor de produktie voor niet-voedingsdoeleinden, komt niet in aanmerking voor steun in het kader van deze verordening.
3. De steun kan met inachtneming van het stimulerend karakter van de maatregel worden beperkt tot een maximumbedrag per bedrijf en worden gedifferentieerd naar bedrijfsgrootte.