Art. 2 Verordening (EEG) nr. 2078/92, Steunregeling

Verordening (EEG) nr. 2078/92

1. Mits zulks gunstige gevolgen heeft voor het milieu en voor de natuur, kan in het kader van de regeling steun worden verleend aan agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om:

a) het gebruik van mest en/of gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk te verminderen of, ingeval in het verleden reeds maatregelen in die zin zijn genomen, niet opnieuw te laten toenemen of biologische teeltmethodes in te voeren of verder toe te passen,

b) via andere dan de onder a) bedoelde middelen over te schakelen op een meer extensieve vorm van plantaardige produktie, met inbegrip van de produktie van voedergewassen, of, in geval in het verleden reeds maatregelen in die zin zijn genomen, deze extensievere produktiemethoden verder te blijven toepassen of bouwland te veranderen in grond voor extensieve beweiding,

c) de belasting van de rundveestapel of het schapenbestand per eenheid voederoppervlakte te verminderen,

d) andere, met de eisen inzake bescherming van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen en het natuur- en landschapsbehoud verenigbare produktiemethoden toe te passen of dieren te houden van plaatselijke rassen die op het punt staan te verdwijnen,

e) uit de produktie genomen landbouw- en bosgrond te onderhouden,

f) landbouwgrond voor ten minste 20 jaar uit produktie te nemen voor milieubeschermingsdoeleinden, met name voor de totstandbrenging van reservaten van biotopen of natuurparken of ter bescherming van de waterhuishouding,

g) gronden te beheren voor openstelling van het publiek en voor recreatief gebruik.

2. Bovendien kan de regeling maatregelen omvatten met het oog op een beter onderricht van de landbouwers in de toepassing van milieuvriendelijke produktiemethoden in de land- of bosbouw.

Uitspraken die dit artikel aanhalen