Art. 3 Verordening (EEG) nr. 2078/92, Steunprogramma's

Verordening (EEG) nr. 2078/92

1. De Lid-Staten passen voor hun gehele grondgebied en naar gelang van hun specifieke behoeften de in artikel 2 bedoelde steunregeling toe via meerjarige zoneprogramma's die op de in artikel 1 bedoelde doelstellingen zijn gericht. Bij de opstelling van deze programma's wordt rekening gehouden met verschillen in de toestand van het milieu, de natuurlijke omstandigheden en de landbouwstructuur, alsmede met de belangrijkste produktierichtingen in de landbouw en de communautaire prioriteiten op milieugebied.

2. Elk zoneprogramma heeft betrekking op een zone die homogeen is uit een oogpunt van milieu en natuur, en omvat in principe al de in artikel 2 bedoelde steunmaatregelen. Een programma kan evenwel eventueel alleen de steunmaatregelen omvatten die zijn afgestemd op de specifieke kenmerken van een zone, in welk geval deze beperking naar behoren moet worden gemotiveerd.

3. De bedoelde programma's worden vastgesteld voor minimaal vijf jaar en bevatten ten minste de volgende gegevens:

a) de afbakening van de betrokken geografische zone en, in voorkomend geval, van de betrokken subzones,

b) een beschrijving van de kenmerken van de zone op het gebied van het milieu, de natuurlijke omstandigheden en de structuur,

c) een beschrijving en, uitgaande van de kenmerken van de zone, een verantwoording van de beoogde doelstellingen, alsmede de vermelding van de communautaire milieuwetgeving waarvan de doelstellingen via dit programma verwerkelijkt worden,

d) de voorwaarden voor toekenning van de steun, in het licht van de problemen die zich in de zone voordoen,

e) een raming van de uitgaven op jaarbasis voor de uitvoering van het zoneprogramma,

f) de maatregelen die genomen zijn met het oog op het verstrekken van adequate informatie aan de agrarische en andere plattelandsbedrijven.

4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 kunnen de Lid-Staten een algemeen voorschriftenkader vaststellen voor de horizontale toepassing van één of meer van de in artikel 2 bedoelde steunregelingen op hun gehele grondgebied. Dit kader dient te worden gepreciseerd en zo nodig te worden aangevuld met de in lid 1 bedoelde zoneprogramma's.