Art. 4 Verordening (EEG) nr. 2078/92, Aard en hoogte van de steun
1. Een jaarlijkse premie per hectare of per uit produktie genomen vee-eenheid wordt toegekend aan de agrarische bedrijfshoofden die, overeenkomstig het programma voor de betrokken zone, voor ten minste vijf jaar een of meer van de in artikel 2 bedoelde verbintenissen aangaan. Voor het uit produktie nemen van landbouwgrond moet een verbintenis worden aangegaan voor twintig jaar.
2. Het maximumbedrag van de premie dat voor financiering in aanmerking komt, wordt vastgesteld op:
- 150 ecu voor de eenjarige teelten waarvoor een premie per hectare wordt toegekend in het kader van de verordeningen betreffende de ordening der markten voor de betrokken gewassen;
- 250 ecu voor de overige eenjarige teelten en voor weiland;
- 210 ecu per grootvee-eenheid waarmee de rundveestapel of het schapenbestand wordt verminderd;
- 100 ecu per gehouden grootvee-eenheid van een bedreigd ras;
- 400 ecu voor de gespecialiseerde olijfgaarden;
- 1 000 ecu voor de citrusvruchtenteelt;
- 700 ecu voor de overige meerjarige teelten en de wijnbouw;
- 250 ecu voor het onderhoud van uit produktie genomen gronden;
- 600 ecu voor het uit produktie nemen van landbouwgrond;
- 250 ecu voor het telen en vermeerderen van nuttige gewassen die aan de plaatselijke omstandigheden zijn aangepast en door genetische erosie worden bedreigd.
De tabel voor de omrekening van rundvee en schapen in grootvee-eenheden is in de bijlage opgenomen.
3. Het voor de eenjarige teelten en weiland vastgestelde maximumbedrag wordt verhoogd tot 350 ecu per hectare indien het bedrijfshoofd voor dezelfde oppervlakte tegelijkertijd één of meer van de in artikel 2, lid 1, onder a) of b), bedoelde verbintenissen en de in artikel 2, lid 1, onder d), bedoelde verbintenis aangaat.
4. Bij toekenning van een premie voor de vermindering van het aantal vee-eenheden:
- mag de steun als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a) en b), niet worden toegekend voor het voedergewassenareaal van het betrokken bedrijf,
- wordt het voor financiering in aanmerking komend maximumbedrag van de op grond van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder d), voor het bedoelde areaal toegekende premie verminderd met 50 %.
5. Onder door de Commissie volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 nader te bepalen voorwaarden kan de Gemeenschap ook bijdragen in de financiering van de hierboven bedoelde premies die de Lid-Staten toekennen ter compensatie van inkomensverliezen als gevolg van de verplicht gestelde toepassing van de in artikel 2 bedoelde restricties in het kader van in de Lid-Staten op grond van communautaire voorschriften ten uitvoer gelegde maatregelen.
6. De Lid-Staten kunnen bepalen dat de landbouwers zich moeten verbinden door middel van een algemeen plan dat geldt voor het gehele bedrijf of een gedeelte daarvan.
In dat geval kan het premiebedrag worden vastgesteld op basis van de globale berekening die wordt uitgevoerd met inachtneming van de bedragen en voorwaarden welke vermeld staan in dit artikel en in artikel 5.