Art. 29 Verordening (EEG) nr. 2328/91

Verordening (EEG) nr. 2328/91

1. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van:

- de ontwerpen van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die zij ter uitvoering van deze verordening voornemens zijn vast te stellen, inzonderheid die welke betrekking hebben op artikel 12,

- de bestaande bepalingen die de toepassing van deze verordening mogelijk maken.

2. Bij de mededeling van de ontwerpen van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en van de reeds geldende bepalingen als bedoeld in lid 1, geven de Lid-Staten het verband aan dat op regionaal niveau bestaat tussen de betrokken maatregel enerzijds en de economische situatie en de kenmerken van de landbouwstructuur anderzijds.

3. Voor de overeenkomstig lid 1, eerste streepje, meegedeelde ontwerpen onderzoekt de Commissie of, in de mate waarin de ontwerpen verenigbaar zijn met deze verordening en met inachtneming van de doelstellingen van de verordening, alsmede van het noodzakelijke verband tussen de maatregelen, de voorwaarden voor financiële deelneming door de Gemeenschap in de in artikel 1 bedoelde gemeenschappelijke actie zijn vervuld. Binnen twee maanden na de mededeling brengt de Commissie daarover advies uit na raadpleging van het Comité voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling.

4. De Lid-Staten delen de Commissie de in lid 3 bedoelde wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen mee zodra deze zijn vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen